Ingroeitijd - de genezing bij het plaatsen van implantaten

De genezing bij het plaatsen van implantaten wordt ingroeitijd genoemd. Nadat het implantaat geplaatst is heeft deze een primaire stabiliteit. Zodra het implantaat goed is vastgegroeid spreken we van secundaire stabiliteit.

Doorgaans groeien implantaten in de onderkaak in 8 weken en in de bovenkaak in 10 weken goed vast. In de bovenkaak is het bot iets zachter en minder ‘dicht’. Na de behandeling bepaalt de implantoloog wat de exacte wachttijd is voordat de opbouw (kroon of prothese) gemaakt kan worden.

Hoe werkt het precies?

Implantaten hebben een schroefvorm. De ruimte die geprepareerd (geboord) wordt in het bot is ondermaats. Dit houdt in dat we ca 3,5 mm diameter in doorsnede boren op een gemiddelde lengte van 10 mm. Het implantaat wat daarin geplaatst wordt heeft een diameter van 4,0 mm. Dit is inclusief de schroefwindingen.

Primaire stabiliteit

Het implantaat zit na de hierboven beschreven behandeling primair goed vast (we noemen dit primaire stabiliteit), zodat het licht belast kan worden. De eerste 14 dagen na de operatie gaat het bot zich rond het implantaat ombouwen en zit het iets losser (maar niet merkbaar).

Secundaire stabiliteit

In 6 tot 10 weken groeit het bot tegen het speciale oppervlak van het implantaat aan, waardoor een supersterke verbinding ontstaat. We noemen dit secundaire stabiliteit. Zodra het implantaat goed is vastgegroeid, kan het implantaat ook daadwerkelijk belast worden met trek en duwkrachten, zoals gebeurt wanneer er een kroon of prothese op gedragen wordt.